Archief voor ‘Bijeenkomsten’ categorie

Researchcommunity’s, cocreatie en gamification: verslag 17e bijeenkomst CMNL

woensdag, mei 16th, 2012

Capelle aan den IJssel. Op 10 mei 2012 rond 6 uur ’s avonds the place to be voor community managers. Die avond organiseerde de vakvereniging Community Managers Nederland namelijk de 17e bijeenkomst rondom communitymanagement, dit keer gehost door Insites Consulting. Zij gaven die avond 7 opvallende inzichten uit hun Walk the Talk-community prijs.

Breaklights

18.00 uur aan de Barbizonlaan. Onder het genot van een drankje en een broodje werden de eerste handen geschud en contacten gelegd. Een half uur later riep gastvrouw Anouk Willems de gasten de zaal in, de betere variant op een collegezaal met ruime, lekker zittende stoelen. Voordat iedereen plaatsnam, moesten 2 breaklights (van die rietjes die je buigt en die dan fluorescerend licht geven) worden gepakt. Die kwamen tijdens de quiz verderop de avond goed van pas.

Wat maakt een topexperience van een communitymanager goed?

Eerst hielden CMNL-bestuurslid Mathijs van der Kooi en Anouk een welkomstwoord. “Wat maakt een topexperience van een communitymanager goed?”, vraagt Anouk zich hardop af. Met deze vraag als insteek werd door Insites Walk the Talk gestart; een community bestaande uit een selectie van leden uit Insites’ researchcommunity’s. Walk the Talk had als doel Insites’ eigen community-experience te optimaliseren. Want hoe groot is de invloed van de consument nou precies? Volgens Anouk is het tijgerbroodverhaal van Sainsbury’s hét ultieme voorbeeld. Het verhaal dat een supermarkt de naam van het tijgerbrood verandert in giraffebrood, na een brief van een driejarig meisje dat viral is gegaan.

Quiztime!

Insites Consulting besprak ook een aantal van haar succesvolle cases, zoals de Heinz Food & Zo-community (hier een verslag meer meer informatie over deze researchcommunity) en de Heineken Concept Club. Daarna is het tijd voor De Quiz. Tijd voor Tom de Ruyck om de spotlights van collega Anouk over te nemen en in zijn rol van quizmaster te kruipen. Deze Vlaming bekent dat zijn droom uitkomt! Iedereen gaat rechtop zitten en heeft pen en papier in de aanslag, want meedoen wordt beloond! De twee met de meeste antwoorden goed winnen namelijk het boek Conversation Company van Steven van Belleghem.

Wat waren nou zoal de bevindingen van Walk the Talk? Dat kun je zien in de presentatie hieronder. De waardevolle tips uit de quiz leidden af en toe tot wat discussie, want niet elk antwoord was eenduidig. De quiz was na 7 rondes afgelopen en de winnaars zijn bekend: Arthur Stolwijk en Annemarie Luijk nemen dolgelukkig een boek in ontvangst. “Het is de eerste keer dat ik naar een bijeenkomst kom en ik val gelijk in de prijzen!”, grijnst Annemarie achteraf tijdens de borrel.

Gamification een hype?

Maar er liggen nog 2 boeken om weggegeven te worden. Het is namelijk tijd voor Het Grote Debat. Aangezien Mathijs’ collega die avond onverwacht was verhinderd, zoekt hij nog een tweede jurylid om de debaters te beoordelen op hun kunnen. Markus Leineweber trekt de stoute schoenen aan en neemt plaats op de jurystoel. Quizmaster Tom is van alle markten thuis en leidt het debat in goede banen.

Bij de eerste stelling (of gamification een hype is die schadelijk kan zijn voor je community) wordt het CMNL-bestuur op de stoelen gevraagd, maar die blijken verrassend(?) genoeg allemaal dezelfde mening te hebben. Gamification is een hype als je het verkeerd toepast en anders moet je er héél goed over nadenken, is de conclusie. Het zijn de vrouwen die de show stelen tijdens de 3 discussierondes. Floortje Mutsaers en Elien van Riet worden door de jury als winnaars gekozen en mogen een boek mee naar huis nemen.

Het Piet-moment: 3 geleerde lessen van de avond

Met de Vlaamse kok Piet, van wie je waarschijnlijk nog nooit hebt gehoord (en dat geeft niet, want in de zaal was dat ook het geval), wordt de avond afgesloten. De 3 geleerde lessen van die avond worden met dit Piet-moment herhaald:

  1. Gamification gaat om het toevoegen van kwalitatieve waarden (dus niet kwantitatief) en het creëren van engagement binnen de groep voor de lange termijn.
  2. Geef feedback over de samen behaalde doelen van de community, zodat deze successen ook als groep gevierd worden.
  3. Je mag beloningen gebruiken, maar met als doel dat de leden trots zijn op jouw community en om Word-of-Mouth te genereren.

Na een daverend applaus stort iedereen zich op het bier en de borrelnootjes. Met een voldaan gevoel en wat visitekaartjes op zak druppelt menigeen die avond het pand uit.

Dit verslag is geschreven door Naomi van Putten, student aan de Hogeschool van Amsterdam.
De foto’s zijn gemaakt door Jelle Beijer.

Wil je ook bij de CMNL-bijeenkomsten aanwezig zijn? Word lid van de vereniging of van de LinkedIn-groep, dan kun je de volgende keer een uitnodiging verwachten!

Interactive advertising in community’s: 16de bijeenkomst CMNL

woensdag, april 4th, 2012

Op donderdag 15 maart vond de zestiende bijeenkomst van CMNL plaats. Deze eerste bijeenkomst van 2012 had als onderwerp ‘Interactive Advertising op FOK! Goed idee?’. De CMNL’ers kwamen samen op het kantoor van Webads Interactive Advertising in Amsterdam om hun ervaringen over advertenties in forums met elkaar te delen. (meer…)

‘Scaredy Cats’ en ME bij Sanoma: verslag 15de CMNL meeting

woensdag, november 30th, 2011

Op 24 november vond de 15de CMNL meeting plaats in het hoofdkantoor van Sanoma in Hoofddorp. Het thema was dit keer ‘Community’s: managen of faciliteren?’. Jos van Essen (Business developer social bij Sanoma Media), Jurriaan Bernson (Product Manager NU.nl), Mark Vos (Community manager NUJij), de Community manager van de Viva en Annemarie Smith (Senior Communicatie Adviseur bij Sanoma Media) deelden hun ervaringen met ons. Joost Boers deed verslag.

Het was full house bij de grote uitgeverij die iedereen wel kent: Sanoma in Hoofddorp. Tijdens de inleiding werd al snel duidelijk dat het bedrijf veelzijdig is en ook bijvoorbeeld televisie in de portefeuille heeft sinds de overname van SBS. En toen was er een paar jaar geleden ineens een forum bij Fiets, een goedlopend en uitbreidend forum bij Autoweek, Viva, Libelle deed wat en Nujij.nl gaf iedereen de mogelijkheid om op nieuws te reageren en zelf te posten.

Van elkaar leren

Jos van Essen (business developer social bij Sanoma Media) ondernam een speurtocht en riep verschillende communities bij elkaar. Het bleek dat ze allemaal uiteindelijk met dezelfde problemen worstelden: de moderatie van de forums, commitment en sturing. Ze pionierden allemaal op eigen wijze en hadden ook allemaal eigen oplossingen. Maar wat ook duidelijk werd is dat de uitdagingen verschilden. Waar AutoWeek in grote mate zelfcorrigerend is en waar lekker aan nieuwe features kan worden gedacht, was de ervaring Jurriaan Bernson (productmanager NU.nl – eerder aan de wieg staande van Goeievraag.nl) dat gaandeweg correcties in de community moesten worden aangebracht, waarop creatieve uitwegen werden gevonden – een kort kat-en-muisspelletje dus.

NuJij

Bij NuJij.nl kwam dat nog duidelijker aan de orde. Hoewel het hier vooral gaat om een ‘gevecht’ tegen de spammers, de trollen en andere misbruikers van vrijheden, kan dat proces volgens Mark Vos redelijk goed geautomatiseerd worden waarbij de aandacht van de moderatoren/redacteuren vooral uitgaat naar de uitwassen die vooral op de actualiteit inhaken. Daarbij moeten ze soms als ME de discussies volgen, mensen tot de orde roepen en zo nodig blokkeren. En wat ook belangrijk is: de discussies moeten on subject blijven. Geen een-tweetjes worden die een eigen groep kunnen worden. In dat opzicht dus zakelijk.

Katjes

De katten van Viva was het onderwerp dat de communitymanager van het forum vriendelijk inleidde. Een groep vrouwen van rond de dertig, bezig met allerhande zaken als carrière, zwangerschap, huisdieren, soms actief bezig, soms slapend/volgend in het forum. Net als in iedere community zijn er leden die net komen kijken, en leden die langer meedraaien, zelfs jarenlang meedraaien. Die hebben routine en vinden hun sociale leven in het forum. Volgens de communitymanager, die niet meer met naam wordt aangeduid, ook hun hele leven. Met alle streken die een kat ook kent.

Deze ‘fossielen’ hebben bewezen het forum naar hun hand te kunnen zetten en er mede voor gezorgd dat de community manager werd vervangen en de organisatie anders opgezet werd. Wat mijn vrouw (zij is Engelse) soms aanduidt met ‘scaredy cats’: om met handschoenen aan te pakken (wat je dan dus eigenlijk NIET moet doen). En dat gebeurde dan ook. De sfeer verbeterde door deze ingrepen, maar de groep ‘oude getrouwen’ blijft zich roeren, onder meer vanuit schaduwcommunities en onder verschillende nicks.

Na een korte pauze werd er in groepjes nog gesproken over spam, trollen en commercie tegenover de gemeenschap. En natuurlijk werd er veel gepraat over de ervaringen van een groot bedrijf dat uiteindelijk worstelt met dezelfde zaken als elke andere community.

Dit verslag is geschreven door Joost Boers van Feeling-healthy.net.

Verslag van de 14de CMNL meeting in Utrecht

maandag, oktober 31st, 2011

Dit keer kwamen zo’n 30 Community Managers bij elkaar ín een community, genaamd Seats2Meet. Hoe dat zit lees je hieronder.

Na de opening van Kirsten Wagenaar gaf Inge Beckers een openhartig kijkje in de keuken van haar Community over HR Communicatie. Inge ziet dat twee bedrijfsafdelingen (HR en Communicatie) die voorheen geen overlap hadden nu steeds vaker ideeën en plannen maken die vaardigheden en ervaring van beide ‘werelden’ vergt. Ze wil bij deze ontwikkeling het voortouw nemen door mensen van beide afdelingen bij elkaar te brengen en van elkaar te laten leren.

Omdat ze samenwerkt met een redactie wordt er veel content in de vorm van blogs en nieuwsbrieven geproduceerd, ook leden van de community bloggen redelijk veel. Voor ZZP-ers blijkt bloggen een populaire manier te zijn om zichzelf te profileren.
Inge was zelf de eerste om te bekennen dat daar ook een gevaar in blijkt te schuilen. Juist omdat zowel de redactie en de bloggers voornamelijk zenden, komt de discussie op fora en als reacties niet echt op gang.

Hierbij Inge’s verslag van de avond:

Gisteren mijn casus voorgelegd tijdens de 14e community managers bijeenkomst.

Netwerk HR-communicatie
Het Netwerk HR-communicatie is een community dat specialisten verbind tussen twee vakgebieden, de versmelting hiervan is een nieuwe expertise. Onze leden praten en lezen graag over inhoud (arbeidsmarktcommunicatie, Employer Branding, communicatie voor veranderingen, MVO, sociale media). De centrale vraag die ons bezighoud is ‘Hoe informeer, motiveer en verbind je (toekomstige) medewerkers?’ In een onlangs gehouden enquête werd het netwerk met een 8,1 beoordeeld.

Learning by Sharing
Hoewel ik denk dat we het best goed doen, mooie blogs, goed bezocht, veel volgers – vooral via Twitter – heb ik wel een aantal verlangens. Ik vind dat er naast bloggen eigenlijk maar weinig gebeurd. Op vragen in het forum wordt lauw gereageerd, er zijn weinig levendige discussies en de opkomst bij events is aan de lage kant. Ik zou graag willen dat leden van deze community zich wat meer verbonden met elkaar voelen, en vroeg mij af wat hiervoor nodig is? Welke interventies kan ik plegen om ervoor te zorgen dat de leden ervaren dat het waardevol is met elkaar in interactie te staan. Dat zij ondervinden dat het leuk is om delen en dat je daar veel van kan leren.

Voor maar ook na de brainstorm ging de discussie o.a. over doelstellingen halen, een solvabel verdienmodel inrichten, en over sociaal kapitaal. De geijkte adviezen over je leden betrekken bij events, er vroegtijdig over twitteren etc. passeerden de revue. Geloof me, dit doen we.

Borrelpraat?
Als ik vertel dat ik oprecht benieuwd ben naar de drijfveren en achtergrond van andere professionals word ik soms wazig aangekeken. Dit netwerk heeft voor mij niet primair het doel om business te halen. En door sec de focus te richten op ‘What’s in it for me’ worden kansen te vaak teniet gedaan. Mijn ervaring is ‘What goes around comes around.’ Je weet nooit wat een contact oplevert, het kan iets heel anders zijn dan verwacht. Iets wat zich niet direct vertaalt in omzet of een nieuw contract. Ik merk dat als je daar voor open staat dat de business vanzelf komt en het maakt het leven ook nog eens een stuk leuker…

Ik vind in mijn netwerk veel gelijkgestemden. Je doet wat je bent, niet andersom. Mijn vraag voor de brainstorm had – reflecterend op dit alles – wellicht moeten zijn: hoe stimuleer je wederkerigheid?

 

Daarna was het de beurt aan VincentAriëns die een geinspireerd betoog hield over de veranderde wereld. Hierbij wees hij vooral op de ‘knowmad’ “a nomadic knowledge worker that is, a creative, imaginative, and innovative person who can work with almost anybody, anytime and anywhere”. Tegelijkertijd ontstaan waardevolle netwerken door toeval. Vincent betoogde dat een Community Manager misschien wel een verkeerde term is want hij vindt dat je die community niet moet managen maar moet faciliteren, dan ontstaat er vanzelf iets waardevols.

 

Voor de brainstormsessie was Inge benieuwd naar hoe je bij offline bijeenkomsten hogere bezoekersaantallen van leden kan behalen en hoe leden kan stimuleren dat ze zelf ook dit soort bijeenkomsten gaan organiseren. Daarbij aansluitend was de vraag hoe de leden van een community zich community manager voelen en dus zelf meer sturing en ondersteuning aan de community bieden.
De 3e vraag was hoe je als waarde netwerk onderlinge verbindingen kan versterken.

Bijzonder om te zien dat bij elke van deze vragen naar de basis van community management gewezen werd. Leer je leden kennen door met ze te telefoneren, focus op levendigheid en gezelligheid op de site, laat mensen met elkaar kennis maken, zet mensen in het zonnetje, onderzoek hoe de community toegevoegde waarde biedt voor een lid en maak dit expliciet, maak leden ambassadeur, laat successen en best practices zien.

Al met al weer een meeting waar je aan het denken en het discussieren werd gezet. Een voorbeeld voor alle aanwezigen om ook bij hun eigen communities voor elkaar te krijgen!

Melle Gloerich

 

Community Lifecycle : verslag 13de CMNL bijeenkomst

zondag, oktober 9th, 2011

Op donderdag 6 oktober 2011 werd in Zeist, bij Achmea Innovatie en Myler de dertiende Community Management Nederland-bijeenkomst georganiseerd. Het thema? De Community Lifecycle.

CMNL-bestuurslid Robin van Lieshout trapte af met aankondigingen, zoals het initiatief om in februari 2012 met CMNL-leden naar Londen te gaan voor een communitymanagementevent (bij interesse, mail Robin). Er was aandacht voor de CMNL Survey en een vooraankondiging van het volgende evenement dat op 25 oktober zal plaatsvinden (informatie en uitnodiging volgen snel!).

Myler – Het opzetten van een community

Mathijs van der Kooi (sinds februari 2009 Head of Community Management bij Myler) trapte de avond af met het verhaal ‘Slimmer omgaan met Arbeid’. Vanuit macro-economisch niveau legde hij de problemen rond arbeid uit die in de komende decennia ontstaan door met name vergrijzing. Mathijs denkt dat op termijn het huidige systeem gaat kraken omdat in bepaalde segmenten de krapte te groot wordt. Tegelijkertijd worden werknemers flexibeler. Er is een grote groep zelfstandigen in Nederland en mensen switchen steeds sneller van baan. Het systeem heeft nieuwe regels nodig, vanuit een communitygedachte.

Myler is momenteel bezig om grote organisaties, waaronder Achmea, Fujitsu, PON en ICTU aan te sluiten op het Myler-netwerk. Tegelijkertijd is het aantal ZZP’ers binnen de Myler-community gegroeid naar 8.500. Bijna 1.000 ZZP’ers werken momenteel bij Myler aan een opdracht. Het idee is om, door een kritische massa aan opdrachtgevers en ZZP’ers binnen de community samen te brengen, het mogelijk is dat organisaties flexibel en snel kunnen op- of afschalen en ZZP’ers snel bij verschillende opdrachtgevers leuke opdrachten kunnen uitvoeren.

Tweefasenplan

In de eerste fase worden ZZP’ers binnen een platform geactiveerd. Dit gebeurt door het organiseren van tools / techniek op gebied van Werk (opdrachten, benchmarks), Netwerk (online netwerkmogelijkheden) en Ontwikkeling (binnen competence community’s). Vervolgens worden in fase twee de grote organisaties binnen de community zichtbaar en krijgen eigen rol. Organisaties willen zichzelf presenteren als opdrachtgever, als dienstverlener of productontwikkelaar. En natuurlijk sámen met ZZP’ers deze diensten en producten cocreëren!

Myler is, om haar ontwikkeling te versnellen, samenwerking aangegaan met inSided. Myler ontwikkelt op het inSided-platform met eigen ontwikkelaars. Programmeurs van Myler werken samen met het inSided-team of zelfs voor beide bedrijven.

Mathijs sloot zijn presentatie af met de wens om over een periode opnieuw het woord te krijgen tijdens een CMNL-bijeenkomst om terug te blikken op de ambitieuze plannen en ook de praktijk door te nemen en wat is mee- en tegengevallen.

GoedenWel – Hoe betrek je leden actief op je community

Ieteke de Vries is – vanuit haar werkgever Blue Chocolate – sinds januari 2009 communitymanager voor Goedenwel.nl,  een online sociaal netwerk voor 55+, opgericht door Achmea. Goedenwel.nl heeft momenteel ruim 42.000 leden. Ieteke is met name dagelijks bezig met het actief betrekken van leden, moderatie en campagnemanagement. Daarnaast is ze ook bezig met het tonen van waardering voor positieve bijdragen en – een nieuw initiatief – het opzetten van een netwerk van proviciereporters.

 

 

Enkele cijfers en feitjes van GoedenWel

Een flink deel van de community is actief. 43% logt iedere week tenminste 1 keer in. Er vindt ook veel interactie plaats. Zo worden er 65.000 privé berichten verstuurd per maand, telt het netwerk 564 groepen die leden zelf opgericht hebben en onderhouden en kent het platform zelfs een ledenredactie die als columnist iedere maand een verhaal verzorgen.

Vraag is natuurlijk hoe je zo’n groot platform actief houdt, mensen betrekt en het platform interessant houdt. Ieteke geeft aan dat het essentieel is om leden actief hierin te betrekken. Zo ontstaat bijvoorbeeld ook het draagvlak voor de community-uitjes (o.a. naar de Keukenhof en een Rondvaart in Rotterdam).

Door de impact van de community in het leven van leden van Goedenwel.nl speelt het omgaan met emotie/heftige gebeurtenissen een grote rol. Zo werd het leven van een communitylid gered door zijn bericht op het platform, waarin hij aangaf last van tintelingen in zijn arm te hebben. Een bezorgd medelid belde daarop de ambulance die ervoor zorgde dat het hartinfarct uiteindelijk niet fataal werd. Bij het plotseling overlijden van een actief lid werd de redactie al na anderhalf uur(!) gebeld over het voorval. Namens de community(leden) is er tijdens de begrafenis een gedicht voorgedragen. Dit zijn 2 voorbeelden die relevantie en betrokkenheid in ultima forma aantonen. Andere voorbeelden zijn de actieve oproepen voor liefde en vriendschap en relaties die uit het platform zijn ontstaan. Eenzame of verlegen senioren kruipen uit hun schild en worden actief.

GoedenWel op Facebook en Twitter

Dat 55-plussers meegaan met de tijd blijkt wel uit de eerste stappen die Goedenwel.nl heeft gedaan met Facebook. Zonder veel inspanning heeft het platform al zo’n 1500 fans. Ook heeft het platform de mogelijkheid om in te loggen met Facebook. Waar in de eerste jaren van GoedenWel de groei met name uit affiliate campagnes en adwords werden behaald, wordt nu bijvoorbeeld Facebook ingezet. Tip van Ieteke is dan ook: laat je niet tegenhouden door aannames en probeer het gewoon uit. Senioren zitten ook op Facebook en ook op Twitter (nu al bijna 500 followers).

Dat een grote community ook veel moderatie vereist, beaamt Ieteke. Ze zorgt ervoor dat ervaren leden nieuwe leden opvangen in de ‘Welkomstgroep’ en ze op weg helpen. Zelf heeft Ieteke nog nooit iemand hoeven bannen. Wel komt er soms spam of niet acceptabele content voor. Dit wordt verwijderd. Omdat het netwerk niet tussen vijf uur ‘s avonds en 9 uur ‘s ochtends ‘dicht’ is, checkt Ieteke ook ‘s avonds en ‘s weekends soms even of alles nog netjes verloopt. In principe kan ze haar werkzaamheden binnen kantoortijd prima doen.

Doel van GoedenWel

Goedewel.nl wil een belangrijke rol spelen in de levens van de communityleden. Geld verdienen is belangrijk, maar niet vanuit winstoogmerk (Goedenwel.nl wil kostendekkend zijn). Er is wel een sterke groeiambitie. GoedenWel wil in 2011 doorgroeien naar een platform van 50.000 senioren.

Afsluiting: Food for Thought

De avond werd afgesloten met – zoals inmiddels traditie – een inspirerende brainstorm in groepjes rond een stelling/vraagstuk.

Dit verslag is geschreven door Mathijs van der Kooi. Met dank aan Mirjam van Driel voor het maken van de aantekeningen!
Foto’s van de bijeenkomst vind je in de Facebook-groep.

Allemaal in hetzelfde schuitje – Verslag 1ste CMNL verenigingsuitje

vrijdag, juli 15th, 2011

Afgelopen zondag wat het eerste uitstapje van de CMNL Vereniging. Het doel was eenvoudig: op een zondags tempo en met een zondags arbeidsethos elkaar ontmoeten en als community specialisten zoveel mogelijk off topic met elkaar kletsen.

Nou ja een doel, dat klinkt al teveel doordeweeks effectief. Eerst maar es rustig wakker worden en wat ontdooien op het terras Café Olivier, wat een beetje verscholen ligt in de binnenstad van Utrecht. Aansluitend een lunch in het café zelf, een prachtige ruimte, zo’n 20 meter hoog, en gezien de oude beelden aan de muur, klaarblijkelijk een voormalige kapel. 

Daarna maakten de negen community specialisten een mooi tochtje door de grachten van Utrecht. Terwijl de binnenstad aan ons voorbij trok, kletsten we over het leven, en ok, ook (een beetje teveel) over ons werk.

Niemand had zonnebrand bij zich, een beetje onverstandig, maar Robin had wel voor cola, chips en bananen schuimpjes gezorgd, wat ons een beetje het gevoel gaf op schoolreisje te zijn.

Gelukkig vonden we eenmaal aan wal, al snel een 18+ locatie (café) met bier en bitterballen, waarna door de combinatie van alcohol en een zonnetje het gevoel wéér anders werd. Uiteindelijk –  het werd tijd – waren de werk gerelateerde zaken helemaal van tafel verdwenen. Ik weet nu welke series Kirsten graag kijkt, dat Aldo de Moor met haaien zwemt, en dat Erwin een broer in Australië heeft wonen.

Al met al een prachtig dagje!

Jelle Beijer
Bestuurslid CMNL

Business modellen van de 21ste eeuw: verslag 12de CMNL bijeenkomst @ Sogeti/ViNT

woensdag, juni 29th, 2011

Op 23 juni vond alweer de twaalfde bijeenkomst plaats van de vereniging Communitymanagers Nederland (ja, je kunt dus lid worden. Doen!). Dit keer waren de communitymanagers te gast bij Sogeti/ViNT (Het Verkenningsinstituut Nieuwe Technologie).  En dat is natuurlijk een intrigerend bedrijf. Al was het maar omdat ze een Manager Groei en Ontplooiing hebben en hun personeelswerving net iets gedurfder is…

Vantevoren was er wat ‘peer pressure’ over het maken van het verslag. Toch fijn als je als filter mag en kan fungeren….:-) (verderop in dit verslag komt de filter bubble aan de orde).

Business Model van de 21ste eeuw

De avond begon met een presentatie van Evert Jan van Hasselt (@everthas) van Dolfijn Advies.

Evert Jan betoogt dat de huidige businessmodellen hun langste tijd hebben gehad. Er gaat een verschuiving plaatsvinden van “corporatie naar community”. En dat is natuurlijk goed nieuws voor alle communitymanagers. Volgens Evert Jan is er geen toekomst voor organisaties als Philips en Unilever. Het gaat draaien om het creëren van waarde vanuit communities.

Dergelijke uitspraken schreeuwen natuurlijk om uitleg. Die uitleg begint met een filmpje over de toekomst van werk. De wereld verandert. De wereld verandert snel. ICT heeft ontwikkelingen versneld en zorgt nu voor een andere werkelijkheid. Enkele uitspraken die in het filmpje gedaan worden: “It’s not about business 2.0, it’s about mindset 2.0”. “We [people] have changed more than the organisations we depend upon. That change has created a chasm between us and our business organisations”. “The dna, the organisational design has to change”. “It’s pretty clear who the winners will be. It’s Know how + Can do + Know who, because you can never make it on your own”. Confronterend dus.

Evert Jan vervolgt: in het afgelopen decennium is het vertrouwen (in overheid, in bedrijfsleven) naar een dieptepunt gedaald. Wat doen bedrijven met dit gegeven? Ze willen dichter tegen de klant aankruipen. Volgens Evert Jan gaat dit hen niet lukken omdat het huidige kapitalistische systeem dit in de weg staat. Er moeten drie krachten samenkomen om dit systeem (radicaal) te veranderen.

Drie krachten

De drie krachten die moeten samengekomen om verandering te bewerkstelligen:

  • Nieuwe behoeften
  • Nieuwe technologie
  • Nieuwe Enterprise Logic

In 1913 was dat voor het laatst het geval. Dit wordt geïllustreerd met een filmpje over de begindagen van Ford. De behoefte aan luxe goederen door een grote middenklasse, de nieuwe technologische mogelijkheden door de industriële revolutie gekoppeld aan een ‘hoog volume, lage kosten-productie’ zorgden voor een revolutie. De klant werd uit het proces gehaald. Binnen 20 jaar werkte ieder bedrijf op deze wijze. Dit leidde tot concurrentie op basis van efficiency. Dit systeem is echter eindig. Alles is nu geoptimaliseerd. De grenzen zijn bereikt.

Evert Jan komt met enkele eigen ervaringen om dit te illustreren. De toiletrollen van Super de Boer zijn ineens kleiner. Het is echter nog steeds dubbellaags en er zitten evenveel velletjes op een rol. Het blijkt dat die velletjes nu 12 cm zijn ipv 13 centimeter. AH blijkt dezelfde ‘truc’ uit te halen, maar dan met de suikerstaafjes. Er zit voortaan 4 gram suiker in ipv de oorspronkelijke 5 gram.

Het moet dus anders!

Wat zijn de nieuwe behoeften van de toekomst? “Ondersteuning om je leven precies zo te leven als jij dat wilt”. Dit kan bijvoorbeeld met behulp van een kindermeisje, een tuinman, een butler of een klusjesman zijn.

Wat is de nieuwe technologie van de toekomst? Uiteraard komen dan het internet en de (mobiele) applicaties om de hoek kijken. Don Tapscott waarschuwt in dit filmpje dat de wereld na de recessie nooit meer hetzelfde zal zijn. “This is a punctuation point in human history. We are moving into a whole new paradigm. You get a crisis of leadership. Digital natives will play an important role. We have 40 years to reindustrialize the planet”.

Sociale media werken volgens het principe Profile – connect – collaborate. Dit principe maakt andere organisaties en organisatievormen mogelijk.

Wat is de nieuwe Enterprise logic? Niet langer de organisatie staat centraal, maar het individu. De consument wordt op individueel niveau bediend. De klant is leidend en wordt door een coach (al dan niet geautomatiseerd) ondersteund. De klant voert de regie en zoekt zelf naar een oplossing en creëert daarmee een markt. Deze markt wordt door dienstverleners (vanuit een community) bediend.

De community is de nieuwe corporatie, ook als het om de productie van wasmachines of broodroosters gaat. “Kennis wordt van ons allemaal”. Patenten zijn een schim uit het verleden.

De uitsmijters van Evert Jan:

Binnen 10-20 jaar zal dit het dominante model zijn. Dit heeft tot gevolg dat de communitymanager de MBA van de toekomst is.

The Last Generation

Het stokje wordt overgenomen door Sander Duivestein (@duivestein) van Sogeti/ViNT.

Deze notoire overlastgever op het internet (volgens GeenStijl, dat Sander een 39e plaats toedeelt in een top 50 van overlastgevers) blijkt inderdaad ‘a rebel with a cause’. Zo was hij onder andere organisator van de allereerste flashmob in Nederland, hackte de Sony Reader, toonde aan dat creditcardgegevens heel makkelijk via Google te achterhalen zijn en publiceerde vroegtijdig Playboy-foto’s. Hij toont dus de mogelijkheden en gevaren van internet aan en heeft  verschillende boeken op zijn naam staan.

Sander leeft in het besef dat er altijd elektriciteit tot zijn beschikking staat. Zijn kinderen groeien op in het besef dat ze altijd toegang hebben tot informatie. Een wezenlijke verandering. Data zijn de nieuwe olie.

Dan wordt zijn presentatie echt interessant. Aan de hand van de Kondratieff-golf laat hij zien dat we een nieuwe fase in zijn gegaan. De fase van de ICT. We laten daarmee het atomen-tijdperk achter ons en treden het tijdperk van de bits binnen.

Kinderen groeien daarmee op. Sander neemt zijn eigen 5-jarige dochter als voorbeeld. Zij weet moeiteloos om te gaan met bijvoorbeeld een iPhone. Sander citeert daarbij de Canadese filosoof Marshall McLuhan: “The Generation Gap is really a Technological Gap”. Nu is zelfs al de beweging ingezet van toetsen naar besturing via bewegingen (Kinect).

Dan volgt een überleuk filmpje over de ‘pitch  van het wiel’. Drie holbewoners beoordelen die nieuwe uitvinding, het wiel. Dat is toch helemaal niet handig. Zo’n wiel kan wegrollen en kwijtraken of over je tenen rollen. En welke man wil er nu gezien worden met zoiets vrouwelijks? Nee, maak het wiel vierkant, dan heb je al die problemen niet. Kortom, hoe je vooruitgang tegen kunt houden door kortzichtig te denken.

Gevaren

Maar dan volgt een ietwat verrassende wending in de presentatie van Sander. Technologie is een extensie van de mens. De telefoon is een extensie van ons. Het is bijna ons zesde zintuig. En dat zint Sander niet. “Vooral privacy is een tijdbom”. Het bewijs levert hij er meteen bij. Bij het begin van de kredietcrisis is hij uit naam van Wouter Bos gaan twitteren. Uiteraard werd hem dit niet in dank afgenomen. Ook Wikileaks mag illustratief genoemd worden.

Het volgende gevaar dat hij noemt is dat van information overload. Hoe vind je nog de speld in de hooiberg? Attentie is schaars. Er is continu slechts gedeeltelijke aandacht, aldus Nicholas Carr. Carr beweert zelfs dat internet mensen dommer maakt. Toch zijn hierin ook wel tegengeluiden te horen, zoals op het blog van YoungWorks, waarin diverse wetenschappelijke onderzoeken aangehaald worden die aantonen dat jongeren sneller informatie tot zich nemen dan ouderen.

De filter bubble is een volgend ‘gevaar’ waaraan we blootstaan. Informatie komt tot ons via een filter. Via de vrienden en het netwerk waarmee we online verbonden zijn. Google personaliseert je zoekresultaten als je ingelogd bent. Afwijkende of tegengestelde informatie bereikt ons niet of niet zo snel. Serendipiteit, het onverwacht tegen iets aanlopen waar je niet naar op zoek was, blijft daardoor achterwege.

Alone together. Als je met iemand staat te praten en het gesprek valt even stil, pak je je telefoon. We worden asocialer volgens Sander. Dit standpunt kan en mag Sander via diverse media uitdragen.

In 2020 is iedereen informatie-verslaafd. Informatie is de nieuwe harddrug. Wie heeft de controle? Ben je slaaf of ben je meester? En met deze tot nadenken stemmende afsluiting eindigt de presentatie van Sander Duivestein.

Stellingen

De vragen die na afloop van het plenaire gedeelte is kleinere groepjes besproken worden volgen  rechtstreeks uit het betoog van Sander.

  • Worden we slimmer of juist dommer door social media?

Wat is slimmer of dommer? Hoe bepaal je dat? Kijk je dan naar IQ of EQ, of iets anders?

We hoeven niet alles te weten. We kunnen het opzoeken. Een advocaat kan contextueel denken en zoekt de juiste wetteksten erbij. Het hele wetboek uit het hoofd kennen is niet nodig. Als je maar weet waar en waarnaar je moet zoeken.

Het – ietwat filosofische – antwoord op deze stelling: “We worden”. Het is niet een kwestie van dommer of slimmer. We passen ons aan aan de veranderende omstandigheden.

  • Worden we sociaal of juist asociaal door sociale media?

We leren door sociale media steeds meer mensen kennen. Dat is sociaal. Het updaten van je status in een restaurant is asociaal.

Als iemand via Twitter laat weten dat hij de bus gemist heeft en iemand anders zegt vervolgens “ik pik je wel even op” dan is dat een ‘sociale toepassing’ van sociale media.

Zenden (solo) kan asociaal zijn. Intensief info delen in een groep met gelijkgestemden kan sociaal zijn.

Met andere woorden, je kunt langs de assen context – groep en zenden – dialoog de mate van sociaal/asociaal afzetten.

Veel draait dus om de context.

  • Is personalisatie de doodsteek voor creativiteit?

Als je ergens geen verstand van hebt, zoals bijvoorbeeld auto’s, dan word je juist geholpen, doordat je heel gericht informatie daarover binnenkrijgt.

Het is wel de doodsteek voor creativiteit als je in een roes zit. Als Google je zoekresultaten manipuleert kom je niet op onverwachte resultaten.

Het gaat erom dat je je ervan bewust bent dat er een filter is en dat je deze uit kunt zetten.

Het sociale medium StumbleUpon wordt als voorbeeld aangehaald. “Je geeft hier wel je persoonlijke voorkeuren op, maar komt toch vaak bij hele verrassende dingen terecht”, aldus Kirsten.

  • Komt de macht niet juist bij de bedrijven te liggen (privacy)?

Wat is macht dan? De groep heeft hier een dubbel gevoel bij. Wat is macht als leden makkelijk kunnen overstappen? Kijk bijvoorbeeld maar naar MySpace. En zie ook de Arabische lente. Overheden en bedrijven hebben geen totale controle.

Mensen hebben wellicht meer macht gekregen. Niet Big Brother is watching you. We zijn zelf Big Brother geworden.

“We kwamen er dus niet helemaal uit. Wellicht is er ergens een balans?”

Aanpassingsvermogen

De discussies over de stellingen tonen aan dat er niet één waarheid is. Er zijn nuances aan te brengen. Dankzij de vindingrijkheid en het aanpassingsvermogen van de mens zorgen voor (r)evolutie. En dat heeft ons de communitymanager gebracht. Een rol die in de toekomst, zoals Evert Jan betoogde, steeds belangrijker zal worden.

Afsluiting

Tijdens de borrel wist Martin Kloos mij te vertellen dat deze bijeenkomst toch wel een heel ander karakter had dan vorige, wat meer hands-on, sessies. Nu ging het meer over het grotere geheel en toekomstige ontwikkelingen. Wat abstracter, maar niet minder interessant. Zeker stof om tijdens ‘de zomerstop’ over na te denken, zoals reeds in de aankondiging van deze bijeenkomst werd aangegeven….

De volgende bijeenkomst is in september bij Myler. Ben je erbij?

Dit verslag is geschreven door Marco Hendrikse (@MarcoHendrikse) van Interim Intelligence.
Foto’s van de bijeenkomst vind je in de Facebook-groep.

Verslag 11e CMNL bijeenkomst @ Krem: Hoe activeer je de community?

woensdag, mei 25th, 2011

Dinsdagavond 24 mei was de 11e CMNL bijeenkomst, waarbij een aantal leden van de nieuwe Vereniging Community Management Nederland samen kwamen met LinkedIn groepsleden van Online Community Manager – Nederland. Het onderwerp van de avond was activatie van communities en werd gehost door KREM, waar voorzitter @kirstenwagenaar werkt.

Aangezien er vele nieuwe gezichten waren bij de meeting, vertelde Robin van Lieshout kort waarom de vereniging, die al zo’n 35 leden heeft, opgericht is. Als je lid bent van de vereniging moet je trouwens 25 juni even vrij houden tussen 12 en 4. Er wordt voor die dag een meeting georganiseerd voor leden om elkaar eens te leren kennen. Tussen 12 en 2 wordt er een lunch geregeld en tussen 2 en 4 wordt er over de grachten in Utrecht gevaren. Aangezien de vereniging zelf nog enorm platzak is, moet je wel zelf opdraaien voor de kosten van zo’n middagje, maar dat zijn je mede-communitymanagers toch zeker waard?

Alpe d’Huzes

Vervolgens mocht Harold Kip het spits afbijten en vertellen over de community rondom het jaarlijks terugkerend evenement Alpe d’Huzes. Tijdens dit evenement fietsen mensen 6x in een dag de Alpe d’Huez op, gesponserd door vrienden en familie, om geld in te zamelen voor KWF Kankerbestrijding. Een gemiddelde beklimming duurt anderhalf uur, de daling een half uur, en zo zijn de fietsers dus uiteindelijk alles bij elkaar zo’n 12 uur onderweg. Dat doen ze niet alleen maar samen (Opgeven is geen optie) om daarmee hun missie te kunnen halen: ‘Anderen faciliteren en inspireren om goed, gelukkig en gezond te leven met kanker’. De fietsers van Alpe d’Huzes hebben het motto ‘Opgeven is geen optie’, omdat opgeven met kanker ook geen optie is.

In 2006, toen het evenement voor het eerst georganiseerd werd, gingen er 66 mensen de berg op en wisten zo’n 350.000 euro op te halen. In 2010 waren dat er 2752, die samen een bedrag van ruim 12 miljoen ophaalden. Het doel voor dit jaar is om op 9 juni met 4000 fietsers 20 miljoen op te halen.

De community rondom de Alpe d’Huzes maakt gebruik van verschillende kanalen. Zo zijn er twee websites, een centrale website en een deelnemerswebsite. Er is een YouTubekanaal, een Hyvespagina, maar vooral de Twitter- en Facebookaccounts worden actief door Alpe d’Huzes gebruikt.

Harold (zelf ook Alpe d’Huzesser) houdt zich vooral bezig met communitymanagement rondom de Facebookpagina door vragen te stellen, foto’s te plaatsen en actief te reageren. Toen de pagina overgenomen werd van iemand anders (copyright infringement) ging het aantal leden heel hard omhoog, maar bleef vervolgens steken rond de 300 fans. Om meer aandacht te krijgen, probeerde Bert Kranenbarg (ook Alpe d’Huzesser) op 3FM hier meer ruchtbaarheid aan te geven. Bert zou 6 kankerpatienten die zelf de rit naar de top van de Alpe zouden gaan maken volgen in zijn radioprogramma. Harold gaf heel eerlijk toe dat dit alleen helemaal niet werkte – ook wel eens fijn om bevestigd te zien, dat je soms hele leuke concepten kunt hebben die helaas helemaal niet aan slaan.

Vervolgens besloot een van de jongens die gevolgd werd, Peter van Opdorp, een video te maken waarin hij opriep om de Alpe d’HuZes Facebook pagina te ‘liken’. Het doel was 6.666 likes vóór 30 mei te behalen om zo de NCRV (die ook achter Bert Kranenbarg’s radioprogramma zitten) te motiveren een spotje op televisie uit te zenden. Deze YouTube video werd natuurlijk op de Facebookpagina geplaatst. Daarnaast werd het Rabowielerteam benaderd, waaronder Robert Gesink, om de Alpe d’Huzessers advies te geven.

Door de video en het aanhaken van het Raboteam schoot het aantal fans omhoog. Op 19 mei behaalde de pagina 6.666 likes. Op dit moment zijn er ruim 7500 fans en Harold hoopt dat ze voor 9 juni de 10.000 likes nog kunnen halen.

Ik ben meteen fan geworden, en jij, ben jij al fan?

Deloitte alumninetwerk

Deloitte heeft een alumninetwerk opgericht voor hun oudwerknemers. Eigenlijk is dit netwerk ook voor hun huidige werknemers, wat zowel bij ons als bij hen voor verwarring zorgden (sommige werknemers dachten dat het feit dat ze hiervoor uitgenodigd werden, betekende dat ze ontslagen waren).

Mensen kunnen zich registeren bij de community op basis van hun LinkedIn profiel, wat niet alleen makkelijker registreren is, maar ook zorgt dat de database met gegevens up to date blijft (Je update nou eenmaal sneller je LinkedIn dan al je losse communities). 76% van de mensen maakt gebruik van deze API.

Er zijn verschillende mogelijkheden voor content, zoals mensen volgen (en hun statusupdates), nieuwsberichten en artikelen plaatsen, polls (die eruit zijn gehaald omdat deze niet gebruikt werden), het foto-album en events. Ondanks de vele mogelijkheden voor content merkt Michel Holkamp, communitymanager van het Deloitte alumninetwerk, dat er weinig interactie is. Mensen zijn niet zo geneigd om er tijd in te steken. Dit probeert hij op meerdere manieren tegen te gaan. Hij heeft content ambassadeurs, die hij aanstuurt content te plaatsen, het alumni beleid uit te dragen, leden te werven en actief te reageren. Jammer genoeg zijn sommige van zijn ambassadeurs eigenlijk ook heel stil waardoor dit nog niet zo soepel loopt als bedoeld. Daarnaast wordt er elke maand een alumnus in het zonnetje gezet door middel van ‘Alumnus van de maand’ en zijn er offline bijeenkomsten. Ook is er een klankbordgroep die mee denkt hoe de community verbeterd kan worden.

Michel merkt op dat actief om hulp vragen echt kan helpen en een goede manier van activatie kan zijn. Uiteindelijk komen zijn pogingen neer op ‘actief proberen te activeren’.

UniteMS

In Nederland zijn er zo’n 16.000 mensen met MS. Merck Serono, een farmaceut, wilde een internationale community oprichten voor hen en hun familie/vrienden met lokale afdelingen. Maar farmaceuten mogen geen rechtstreeks contact hebben met hun patiënten, vanwege zware internationale wetgeving. Kirsten fungeert daarom met KREM als tussenpersoon voor deze community. Om aan te geven dat Merck niet van plan is regels te overtreden maar deze community echt vrij, transparant en eerlijk wil houden, schreven zij een manifest wat pontificaal op de website te vinden is.

Kirsten heeft als taak om te bedenken hoe ze de community gaat activeren. Ze gaf zelf heel duidelijk aan dat voordat je gaat beginnen met posten en activeren je eerst onderzoek moet doen naar waar het nou eigenlijk omdraait. Een van haar grote punten was dat de sfeer een belangrijk onderdeel van de community uitmaakt. Er zijn al veel communities waar de sfeer vaak negatief is en voornamelijk uit klachten bestaat. Daarom zoekt Kirsten nu bewust naar positieve influencials zoals bloggers maar ook het Nationaal MS Fonds. Juist zij kunnen de community op positieve wijze activeren, omdat zij proberen uit te dragen dat het feit dat MS geconstateerd is niet betekent dat je leven meteen ophoudt.

Kirsten geeft heel duidelijk aan hoe zij probeert haar community te activeren:

  • Bloggers uitnodigen (thema’s aanreiken)
  • Relevante discussies starten
  • Wijs leden op discussies
  • Organiseer offline bijeenkomsten
  • Laat leden eigen initiatieven ontwikkelen
  • Breid je community uit (naar bv Twitter)
  • Belonen
  • Contact houden (lijstje bijhouden met persoonlijke dingen)
  • Zet ze in het zonnetjes (interviews, op homepage, leg connecties tussen mensen)

Alle presentaties kan je hier achter elkaar bekijken.

Vragen

Na de presentaties gingen wij zelf aan de slag om vragen rondom activatie van de community te beantwoorden.

Wat doe je als niemand post?

Als niemand in je community post is het belangrijk, vond de groep, om zelf actief content aanbieden. Stel ook open vragen of maak een simpele poll (welke van deze twee foto’s is leuker?). Wanneer er hulpvragen komen kan een persoonlijke benadering vanuit de communitymanager helpen. Ook kan het helpen om offline bijeenkomsten te organiseren en aan de hand daarvan mensen geinteresseerd te maken voor de community. Andere mogelijkheden zijn om incentives aan te bieden aan je leden of een autoriteit te vragen. Wanneer dit niet allemaal niet werkt is het tijd om je community op te heffen vond de groep.

Wat doe je als iemand post maar niemand reageert?

De groep die deze vraag moest beantwoorden, vond dat dit heel erg afhing van de situatie (In welke fase zit je community, wat voor soort vraag is het?). Ook zagen ze (wij, want ook ik zat in dit groepje) meerdere onderdelen aan de vraag.

Wat doe je richting de poster? – Is er iets mis met de post? Is het trouwens wel erg dat er geen reactie komt? Als het een vraag is, is deze vraag dan al eerder gesteld (verwijs dan door naar deze eerdere post).

Wat doe je richting de community? – Leg contact met actieve leden en laat hen deze vraag beantwoorden, zoek kennishouders van dit topic op en koppel hen aan de discussie.

Wat doe je zelf als community manager? – Afhankelijk van de fase waarin je community zich bevindt, kun je wachten of niet. Hoe lang wacht je? Wat is de invloed op de community wanneer je besluit iets te doen (kan negatief werken)? Is een alias account gebruiken om mee te reageren een optie? De groep zag hier veel ethische bezwaren, maar ook praktische (je kunt in discussie met jezelf raken). Je kunt natuurlijk ook zelf reageren, maar met mate en het antwoord moet niet het gras voor anderen wegmaaien. Je wilt tenslotte de community activeren en niet een helpdesk worden.

Overkoepelend meldde de groep dat het tijd is om je strategie te herevalueren als er structureel niet gereageerd wordt.

De juiste leden? Waar zitten ze? Hoe interesseer je ze voor de community?

Om deze vraag goed te beantwoorden moet je eigenlijk weten om wat voor community het gaat, vond de groep die deze vraag mocht beantwoorden. Maar in het algemeen zagen zij meerdere mogelijkheden:

Wie zijn de juiste leden? – Voor activatie van de community moet je ten eerste een community manager hebben, je moet enthousiaste mensen opzoeken (die social savvy zijn). Voor bereik moet je opzoek naar invloedrijke mensen, mensen met status, bloggers of geloofwaardige mensen. Waar je hen vindt is via je klantenbestand, je online netwerk, medewerkers Hoe je hen interesseert is via emails, status updates, beloningen, vermaak en hen te wijzen op wederzijdse belangen.

Hoe zorg je ervoor dat mensen contact met elkaar maken en een band opbouwen?

Als je probeert je communityleden contact met elkaar te laten zoeken is het belangrijk gericht op zoek te gaan naar gedeelde interesses. Wanneer je leden vindt die interesses delen kun je hun de suggestie geven eens contact te zoeken met de ander. Het is ook belangrijk dat er al een algemene gedeelde interesse is die naar voren komt uit de content. Maak als dat handig is nichesubgroepen aan voor speciale interesses. Ook offline bijeenkomsten kunnen zorgen dat communityleden een band met elkaar opbouwen.

Om het mogelijk te maken dat leden een band met elkaar opbouwen is het wel van belang, gaf de groep aan, dat de sfeer goed is en dat ze een gezamenlijk doel hebben.

Hoe zorg je ervoor dat de community interessant genoeg is om (terug) te komen? (Doel/relevantie/platform)

Je community wordt interessanter wanneer deze actief is – activiteit trekt activiteit aan. Daarnaast heb je relevante content nodig die regelmatig geupdate wordt. En moeten anderen ook actief content plaatsen (ambassadeurs kunnen hier bij helpen). Trek de aandacht van actieve leden (en benader inactieve leden). Nodig ze uit voor groepen die de leden misschien interessant vinden. Vraag om feedback over de community door enquetes te sturen (wat vind je er van, wat kan er beter, wat zijn je interesses). Zorg ook dat de sfeer van de community goed is door negatieve posts om te buigen naar positieve. Om meer leden te vinden die de groep interessant vinden, kun je samenwerkingen aangaan, banners op externe websites plaatsen, Twitter en Facebook gebruiken.

Borrel

Na al deze actieve discussies was het tijd om te genieten van een drankje en nog wat door te kletsen. Het was duidelijk heel gezellig en er was veel te zeggen, want toen we het pand uit moesten om half 10 ging dit met veel moeite. Duidelijk een geslaagde CMNL meeting dus! Wanneer is de volgende?

Verslag 10e CMNL bijeenkomst @Spil Games

vrijdag, maart 18th, 2011

Op dinsdagavond 15 maart stond de 10e bijeenkomst van de groep (of moet ik zeggen community?) Community Manager Nederland op de agenda. Spil Games was de host van deze bijeenkomst.
TomTom wordt altijd genoemd als Nederlands succesverhaal, maar ik denk dat we over 2 jaar Spil Games zullen noemen als een echt Nederlands succes. De naam van het bedrijf zegt weinig mensen iets maar als je zegt spel.nl, spelletjes.nl begint een belletje te rinkelen. Als je weet dat ze daarnaast nog tientallen sites in het buitenland hebben, 130 miljoen unieke bezoekers hebben per maand en 300 medewerkers snap je niet dat hun naam nog zo onbekend is.

De 10e bijeenkomst was niet alleen een mijlpaal vanwege het aantal want Kirsten Wagenaar, oprichtster van de #CMNL LinkedIn groep en winnaar van de Community Manager Award 2011, opende de dag met de mededeling dat deze avond de Vereniging Community Management Nederland ‘geopend’ werd. Ik probeerde direct lid te worden maar moest helaas constateren dat ik nog een half uurtje moest wachten tot de onderdelen op de site live gingen. Met wat rondvragen bleek dat er binnen enkele uren al meer dan 10 leden waren! Over de vereniging en het lid worden kan je hier meer lezen.

De Spil Games community

Laura Walhout, community manager bij Spil Games, gaf na deze bijzondere opening een mooie presentatie over hoe zij een community aan het opbouwen en ondersteunen zijn. Ze zijn hier pas sinds juni 2010 mee bezig maar hebben door de schaalgrootte een vliegende start. Dat ze een wereldwijd opererend bedrijf zijn met veel gebruikers uit bijvoorbeeld Indonesie en Brazilie maakt dat de taal soms een probleem vormt. Je kan niet verwachten dat deze groep mensen in het Engels (of het Nederlands!) met elkaar in discussie gaat.
De spellen die Spil Games maakt zijn niet alleen op hun eigen websites te spelen maar ook op Facebook, Hyves, iPhone/iPad en Android. Genoeg aanknopingspunten dus voor communities. Laura legde het doel van de community uit als “ervoor zorgen dat spelers een zo goed mogelijke gebruikerservaring hebben” door bijvoorbeeld goede informatie aan te bieden en de activiteit van een speler te stimuleren. Daarnaast wordt via comments en mail gereageerd op (support)vragen van spelers. De feedback die hiermee verzameld wordt, wordt teruggekoppeld aan de ontwikkelaars zodat foutjes of onduidelijkheden in het spel aangepast worden.

Doordat het vooral simpele (casual) games zijn is het ‘social object’ bij de verschillende communities een vrij vluchtig onderdeel. Er is daarom veel verloop van community leden. Toch zijn er enthousiaste en vaak terugkomende spelers die het leuk vinden om andere spelers te helpen bij problemen. Recentelijk zijn deze ambassadeurs duidelijker herkenbaar gemaakt als ‘super-user’, worden ze beloond met credits en krijgen ze eerder dan gewone spelers nieuwtjes te horen.

Opvallend vond ik het om te horen dat er op bijvoorbeeld Hyves een aantal groepen of fansites zijn gestart door spelers van de spellen en dat daar nog niet veel mee wordt gedaan vanuit Spil Games. Blijkbaar zoeken spelers dus plekken om zich op andere manieren te uiten dan binnen het domein van de spellen en het forum niet mogelijk is.

Discussies en stellingen

Na de presentatie van Laura was het tijd voor discussie over actuele topics rondom community management. Door Mathijs van de Kooi was in de LinkedIn-groep ruim een week voor de bijeenkomst gevraagd om stellingen te verzamelen. Daaruit zijn 4 stellingen gebruikt en deze werden in groepen van 7 besproken. De korte samenvatting van de discussie staan hieronder. Hopelijk kunnen de groepsleden van elke groep de stellingen iets uitbreiden, want uw trouwe reporter heeft slechts 1 discussie kunnen bijwonen.
Tijdens de discussies werd taart uitgedeeld om te vieren dat er nu 300 mensen door de ballotagecommissie zijn gekomen en lid zijn van de Community Manager Nederland groep op Linkedin.

Stelling 1: Alle communities verdwijnen en alles gaat naar Facebook.
De groep verwachtte niet dat dit het geval was, en ondanks de sterke aanzuigende kracht van Facebook in de afgelopen paar jaar zijn er een aantal issues die spelen waardoor communities toch buiten Facebook blijven bestaan, namelijk:
1. Identiteit – Anonimiteit en onbekendheid zijn voor sommige onderwerpen vereist maar soms gewoon gewenst. Dit is zo goed als onmogelijk voor elkaar te krijgen binnen Facebook.
2. Vertrouwen – Het wantrouwen tegen grote organisaties als Facebook kan een belemmering zijn om als basis te dienen voor communities. Hierbij speelt grilligheid van releases nieuwe functionaliteiten een belangrijjke rol.
3. Content – Gegevens lijken eenvoudig in Facebook te krijgen, maar eruit is een ander verhaal. Dit maakt het bijvoorbeeld moeilijk om backups te maken. Ook het copyright ligt niet vanzelfsprekend bij de auteur.

Stelling 2: Landelijke organisaties met lokale vestigingen kunnen binnen een Facebook Fan Page of een Twitteraccount niet de landelijke en de lokale doelgroep tegelijk bereiken.
Er zitten veel haken en ogen aan de combinatie van lokale doelgroep en landelijke onderwerpen. De controle behouden over vele tientallen zo niet honderden lokale Fan Pages is moeilijk, alhoewel er gezegd werd dat er tools zijn die dit mogelijk maken. Welke tools dat dan precies zijn, weet ik niet. Misschien kan iemand me daarbij helpen?

Stelling 3: Community management wordt steeds uitdagender, omdat doelgroepen selectiever worden in hun online presence.
Hoe specifieker een community, hoe waardevoller het is voor de doelgroep. Echter zal deze doelgroep net zo klein als specifiek zijn. De binding met de community zal sneller worden bewerkstelligd maar het wordt ook een steeds sterkere niche. Daarbij is het mogelijk dat de lifecycle van een community korter is of dat leden veel vluchtiger lid zijn. Een voordeel van een zeer specifieke community is dat leden zich er sterker mee identificeren. Door onderdeel uit te maken van een voor hen belangrijke en exclusieve groep, voelen ze zich sneller bijzonder wat een positieve invloed heeft op de community building.

Stelling 4: Een community kan niet bestaan over meerdere kanalen.
De groep leek het oneens te zijn met de stelling maar gaf wel aan dat het doel bepaalt welk kanaal gebruikt wordt. Er werd opgemerkt dat Pink Ribbon veel verschillende platforms gebruikt, maar allemaal wel op een andere manier.

Borrel

Na de, soms stevige, discussies was het tijd het inpandige cafe van Spil Games te bezoeken en gezellig met elkaar te praten. Hiermee kwam een einde aan de 10e succesvolle bijeenkomst van Community Managers in Nederland. Op naar de volgende!



Verslag 9de CMNL bijeenkomst: De C-Factor

dinsdag, januari 11th, 2011

De 9e CMNL bijeenkomst. Ditmaal in het prachtige auditorium bij InSites Consulting in Capelle aan den IJssel. Het deed mij denken aan de collegezaal van school met docent Tom de Ruyck, Senior R&D Manager bij InSites Consulting.
Ondanks het tegenvallende weer en verkeer was er een aardige opkomst; zo’n dertig community specialisten hingen vol verwachting aan Toms lippen toen hij aftrapte met zijn presentatie over ‘Research Communities’.

WAARDEVOL
Zijn stelling dat ‘marketeers hun klanten onvoldoende kennen omdat ze te weinig contact met hun doelgroep hebben’ was voor de aanwezige community managers een open deur. Het welbekende ‘Ivoren Toren’ effect. Wel verrassend was dat uit onderzoek van InSites Consulting is gebleken dat 53% van de consumenten bereid is om bedrijven te helpen met merk- en marktonderzoek.

Samenwerken in een community – in plaats van in focusgroepen – met je meest waardevolle relaties, is dus hét middel om in te zetten als je een specifieke markt of product wilt onderzoeken. Juist in online communities kunnen bedrijven veel leren van hun klanten, omdat klanten daar natuurlijk gedrag vertonen. Koren op de molen der community managers! Immers, je meest waardevolle klanten geven de meest waardevolle feedback omdat zij het meest kritisch zijn! Positieve buzz is vaak een positief neveneffect…
Een bijzondere constatering was dat onder die meest waardevolle relaties, juist het woord ‘teleurstelling’ erg vaak werd gehoord. Achteraf gezien niet verwonderlijk omdat fans de meest hoge verwachtingen van je merk hebben. Als die verwachtingen niet worden waargemaakt, zijn zij teleurgesteld.

“Positieve buzz is vaak een positief neveneffect”

DUNBAR
Een research community bestaat idealiter uit ongeveer 150 personen. En hoewel Tom kritisch is over het Nummer van Dunbar, gelooft hij wel dat kleine communities kwalitatief betere inzichten geven dan grotere communities. Grotere communities leveren niet perse betere resultaten; vaak is het slechts meer van hetzelfde. Grotere communities zijn vaak beter inzetbaar voor bijvoorbeeld een brainstorm. Bovenstaande gaat niet altijd op, maar vaak geldt toch ‘less is more’. Het rendement van een research community is ongeveer 30%. Je kunt met ongeveer 150 leden in drie maanden zo’n dertig waardevolle antwoorden krijgen.

Research communities hoeven niet perse representatief voor het aantal fans van het merk te zijn omdat de leden al een sterke band met het merk hebben en/of zichzelf identificeren met het onderwerp binnen een research community. Het doel van een research community is in wezen ‘crowd-sourcing’, maar dan op kleine schaal. Potentiële leden voor een research community kunnen uit bestaande sociale netwerken worden geworven.

KERMIS
Vervolgens legde Tom uit dat research communities zowel tijdelijk als permanent kunnen bestaan. Tijdelijke communities zijn gemakkelijk te onderhouden en kosten minder inspanning – zowel qua tijdsinspanning als financieel – om leden geïnteresseerd en betrokken te houden. Tom vergeleek een tijdelijke community met een ‘kermis’ en een permanente community met een ‘attractiepark’, waarbij een tijdelijke community gesloten kan worden als haar doelstelling(en) zijn behaald. Mocht er behoefte zijn aan een nieuw onderzoekstraject kan zo’n tijdelijke community weer voor een bepaalde tijd worden opengesteld. Zoals de research community projecten van Ben & Jerry’s.

TRANSPARANT

Belangrijk voor het opzetten van een succesvolle research community is volgens Tom transparantie: duidelijke richtlijnen die het doel van de community beschrijven. Daarnaast is het van belang om verschillende duidelijk afgebakende secties (ruimtes) in een community te hebben zoals:

  • een meet & greet sectie waar leden zichzelf kunnen voorstellen en begroet kunnen worden (personal branding),
  • een ideation zone waar over producten en/of diensten wordt gesproken en ideeën kunnen worden aangedragen voor nieuwe of verbeteringen aan bestaande producten (on-topic)
  • een feedback sectie, waarin terugkoppeling gegeven wordt aan de leden over hetgeen zij aandragen. Zo kun je iets teruggeven aan je community zonder dat het geld hoeft te kosten
  • een social corner waar community leden – off-topic – met elkaar kunnen ‘socializen’ over niet merkgerelateerde onderwerpen. Interactie in communities is te stimuleren door bijvoorbeeld incentives; “What’s in it for me?” Dit hoeft niet altijd tot uitdrukking te komen in materiele zaken.

“Een goede community manager heeft de C-Factor”

C-FACTOR
Het behoeft in dit gezelschap natuurlijk geen uitleg dat de community manager de verbindende factor is in dit geheel. Volgens Tom is een goede community manager vergelijkbaar met een DJ op een feest: een goede DJ weet precies die muziek te draaien waarop mensen gaan dansen! Een goede community manager is gepassioneerd, open, toegewijd en denkt vooruit. Door deze mix van kwaliteiten krijgt de community manager vertrouwen, waardoor hij/zij de community motiveert en inspireert tot een hecht team. Passie en toewijding zijn besmettelijk; als het een leuk feestje is willen mensen terugkomen. Of zoals Tom het treffend uitdrukt: “Een goede community manager heeft de C-Factor!”

VOORDELEN
De voordelen van research communities zijn inmiddels duidelijk: zij geven inzicht in merkgevoel van klanten en klanten kunnen heel direct contact hebben met hun favoriete merk. Zij geven vaak heel directe feedback, wat bijzonder waardevol is. Een community is altijd open. Klanten kunnen naar binnen zonder afhankelijk te zijn van openingstijden. Afgezien van een investering in het opstarten van een community, drukken research communities verder geen budgetten van marketing onderzoeken. Research communities zijn ‘recycle-baar’.

A DAY IN THE LIFE OF…
Vervolgens deelde Anouk Willems, Research Consultant bij InSites Consulting, haar dagelijkse werkzaamheden met de groep. Altijd erg leuk om te zien hoe een collega werkt. Haar dag begint net als bij velen van ons met het checken van berichten in de community; wat is er in de afgelopen uren gebeurd? Is er ergens hulp of desnoods moderatie nodig?
Daarna voert zij gesprekken en brainstorms met klanten over onder andere nieuwe ideeën voor hun community. In voorkomende gevallen begeleidt Anouk de start van nieuwe communities.
Omdat zij ‘de klappen van de zweep’ kent, is ze bekend met alle best practices en valkuilen bij het opzetten van een nieuwe community. Daarnaast heeft Anouk het geluk dat zij bij InSites kan putten uit een uitgebreide knowledge base. Een luxe die niet iedereen in het aanwezige gezelschap heeft. Anouk’s dag eindigt zoals ‘ie is gestart: het checken van de berichten in haar verschillende communities.

Een leuk ‘extracurriculair’ voordeel van het werken bij InSites is dat Anouk gastcolleges geeft aan de Hogeschool van Rotterdam. Een bonus voor studenten, want zij worden op de hoogte gebracht van de laatste ontwikkelingen op community gebied door een ervaringsdeskundige. Anouk is geen oude stoffige grijze professor, waardoor de kans dat haar verhaal de studenten aanspreekt een stuk groter is. Op deze manier draagt zij bij aan de professionalisering van ons vak en de aanwas van community managers.

Omdat community management geen 9-to-5 baan is en vaak wordt gevoed en gedreven door passie, houdt Anouks werk niet op na 5 uur. Als zij thuis is, werkt zij vaak nog haar eigen website, Klusopedia, bij.

NETNOGRAPHY
Anouk ging verder met een case over een research community voor Danone waarin werd gesproken over babyvoeding. Daarbij introduceerde zij een nieuw begrip: netnography. Een variant op ’buzz capturing’ of luisteren naar je doelgroep.

Bij InSites Consulting wordt netnography opgedeeld in social media- en community netnography. Bij social media netnography wordt user generated content geobserveerd, er wordt geluisterd naar wat klanten zeggen over een merk. Zo krijg je antwoorden zonder vragen te stellen.

Een tweede methode is luisteren  je naar een groep klanten waarbij de gesprekken worden gefaciliteerd door een moderator die onderwerpen inbrengt. Zonder je klanten te sturen of ze te verplichten on-topic te blijven, krijg je zo goed inzicht in wat je klanten vinden van je merk en wat ze van je verwachten. De door de moderator ingebrachte onderwerpen dienen meer als inspiratie om een discussie te stimuleren. Gesprekken zijn anders dan via andere sociale media omdat ze achter gesloten deuren plaats vinden.

Normaal gesproken volgen deze twee fasen elkaar op. Eerst wordt er in sociale media geluisterd naar wat mensen over je merk zeggen. Dit resultaat wordt gebruikt als input voor een research community, omdat dit concrete en actuele onderwerpen zijn. Daarbij is dit de taal van de klant. Marketeers en klanten spreken vaak een verschillende taal en door te luisteren naar welk termen je klanten gebruiken, kun je ze in een research community toespreken in hun eigen taal. Leden van een research community worden ook in deze fase gerekruteerd, omdat je weet dat mensen die praten over een bepaald onderwerp, ook geïnteresseerd zijn in dat onderwerp. De kans is dan groot dat ze met je willen meedenken. En mensen die met elkaar over een bepaald onderwerp praten, hebben al een bepaalde band; een sociale cohesie.

MY LITTLE ONE
Anouk vervolgde met de opmerking dat netnographies heel verrassend kunnen zijn! Zo kwam bij een netnography voor Danone naar voren dat Engelse jonge moeders het nooit over ‘my baby’ hebben maar over ‘my LO’ (little one). En dat de term ‘BF’ staat voor Breast Feeding, een term die in Engeland zelden volledig wordt gebruikt.
Er werden 100 jonge moeders in verschillende ‘natural communities’ gerekruteerd en samengebracht op een tijdelijke research community van Danone over babyvoeding, genaamd ‘My First Meal’. Dit resulteerde in 740 gesprekken in drie weken. Het behoeft geen toelichting dat de veelheid aan gedetailleerde informatie in de ‘taal van de moeders’ een leermoment van onschatbare waarde was voor Danone!

Na deze twee bijzonder informatieve en inspirerende presentaties was het tijd om het nieuwe community management jaar in te luiden met champagne! Op een gezond, gelukkig en liefdevol, kortom, een fantastisch nieuw jaar!

Harold Kip